Montage van motorinstrumenten

Bij custombikes horen kleine, maar fijne instrumenten tot de verplichte uitrusting. De ombouw is ook voor hobbymonteurs te doen. Aan de hand van het voorbeeld van motogadget laten wij zien hoe het moet.

Montage van motorinstrumenten

Voorbereiding van de conversie

Klein, fijn en nauwkeurig – vooral bij custombikes zijn fraai vormgegeven instrumenten van motogadget een lust voor het oog. Bij veel motorrijders is het onderwerp elektriciteit en elektronica niet echt populair. Stroom en spanning zijn niet zichtbaar – behalve dan als de vonken er een keer afvliegen omdat de 'koperworm' heeft toegeslagen. Toch is de montage van cockpitinstrumenten met een fraai design op een naked bike, chopper of fighter echt niet zo ingewikkeld.

Voorkennis

Basisbegrippen van elektriciteit zoals stroom en spanning, plus- en minpool moeten duidelijk zijn voor iedereen die aan de elektrische onderdelen van zijn bike wil werken. Als het enigszins mogelijk is, moet er een schakelschema aanwezig zijn dat op zijn minst in grote lijnen wordt begrepen, zodat afzonderlijke componenten zoals de accu, bobine, contactslot e.d. worden herkend en de bedrading daarvan kan worden gevolgd.


Montage van motorinstrumenten – aan de slag

Materiaal voor de elektrische installatie

In probleemgevallen is behalve het schakelschema ook een multimeter nuttig, bijvoorbeeld om de hoogte van de aangesloten spanning, de polariteit ervan en de weerstand vast te stellen. Bij ontbrekende schakelschema's of veranderde kabelbomen kan daarmee snel een bepaald schakelcircuit met de bijbehorende aansluitingen worden geïdentificeerd. Verder zijn met een multimeter verkeerde aansluitingen, slechte verbindingen, storende overgangsweerstanden enz. op te sporen. In de meeste gevallen is een cockpitinstrument echter ook zonder multimeter aan te sluiten. Voor het doorknippen en werken met kabels is een zijkniptang nodig. Voor het strippen wordt een draadstriptang gebruikt. Afhankelijk van de gekozen verbindingstechniek moeten een soldeerbout en soldeertin of een crimptang met bijbehorende crimpcontacten worden gebruikt. Crimptangen hebben vaak ook een knip- en stripvoorziening. Een stekkerverbinding met crimpcontacten of kabeleindverbinders voor verbinding van het instrument met de kabelboom worden bij motogadget altijd meegeleverd. Materialen zoals krimpkous, isolatietape, kabelbinders en extra stukken kabel voor eventuele verlengstukken (met de juiste kabeldoorsnede) moeten onder handbereik liggen. Optioneel kunnen extra stekkerverbindingen met crimpcontacten worden gebruikt. 

Materiaal voor de mechanische installatie

Afhankelijk van het voertuig en de plaats waar de instrumenten en sensoren worden geïnstalleerd, kunnen universele houders van motogadget of zelfgemaakte houders worden toegepast. Als je zelf een houder wilt maken die bijvoorbeeld past bij de bovenste kroonplaat van je voertuig, kun je het beste direct op de bike eerst een sjabloon van karton maken dat je vervolgens overbrengt op een plaat aluminium. Voor aanpassing en bevestiging van kant-en-klare houders zijn meestal een metaalzaag, metaalvijlen en wat schuurpapier nodig. Bevestigingsgaten worden geboord met een kolom- of handboormachine. Het is raadzaam, bevestigingspunten vooraf te meten en vast te leggen met een meetlint of schuifmaat en af te tekenen met een winkelhaak, markeerstift of kraspen. Afhankelijk van de gekozen bevestiging is meestal een set inbussleutels en een set steeksleutels nodig voor het vastschroeven. Extra materialen om de houders op de motor te bevestigen zijn passende schroeven, moeren en vulringen. Schroeven voor bevestiging van het instrument op de universele houders worden door motogadget meegeleverd. Voor de eventueel noodzakelijke bevestiging van de snelheidssensor op het voor- of achterwiel moet een geschikt stuk aluminium of roestvrij staal beschikbaar zijn. 

Elektrische aansluiting van het instrument

Telkens weer wordt gevraagd of moderne elektronische instrumenten wel gebruikt kunnen worden op oudere motoren. Daarop kan volmondig "JA" worden geantwoord, zoals blijkt uit de volgende tekst.

De elektrische voeding

De meeste instrumenten van motogadget moeten worden gevoed met een spanning van 7 tot 18 volt. De normale boordspanning van ca. 12 volt is dus altijd voldoende. Meestal is alleen een 'geschakelde' plus van de boordspanning nodig. Met andere woorden, deze spanning wordt met het contactslot in- en uitgeschakeld (klem 15). Sommige instrumenten zoals de 'motoscope tiny' hebben een continue aansluiting op de pluspool van de accu nodig. Let op: Voordat je begint met aansluitwerkzaamheden, moet altijd de accu volledig worden losgekoppeld van het boordnet. Daarnaast bevelen wij gebruik van een zwevende zekering voor het instrument aan (wordt meegeleverd).

De snelheidsmeter

Voor het meten van de snelheid is een elektrische impuls nodig waarvan de frequentie samenhangt met de snelheid. Daarvoor worden elektronische sensoren op het voorwiel, het achterwiel of de uitgaande as van de transmissie gebruikt.

Originele aanwezige elektronische snelheidssensoren

De meeste moderne motoren zijn al uitgerust met elektronische snelheidssensoren. Daarbij worden 3 verschillende typen sensoren toegepast: 

Hall-sensor op het wiel of de uitgaande as van de transmissie – Deze is niet compatibel met de instrumenten van motogadget omdat de signaalspanning relatief laag is (duidelijk onder 5 V) – de snelheidssensor uit de leveringsomvang van het instrument moet worden gemonteerd.

Let op: Voordat u met de aansluitingswerkzaamheden begint, moet de accu altijd volledig worden losgekoppeld van de stroomvoorziening aan boord. Wij raden het gebruik van een vliegende zekering voor het instrument aan (bij de levering inbegrepen). 


OEM-sensor

OEM-sensor

Inductieve sensor of naderingssensoren op de uitgaande as van de transmissie 

Deze worden door de meeste voertuigfabrikanten gebruikt. Het gaat daarbij om sensoren met 3 aansluitkabels (voedingsspanning +5 V of +12 V, min, signaal), waarvan het signaal meestal compatibel is met instrumenten van motogadget. De vroeger gebruikte weerstand op de sensor is niet meer nodig.

a = Originele snelheidssensor
b = +12 V
c = Signaal
d = Massa's/Minus
e = Aan het elektrische systeem en het instrument van het voertuig


Reed-sensor

Reed-sensora

Reed-contact met magneet op het wiel

Dit principe is bekend van bijv. elektronische fietssnelheidsmeters. De sensor reageert telkens op een of meerdere magneten die zich ergens op het wiel bevinden. Het gaat daarbij om een sensor met 2 aansluitkabels. Als je deze wilt kunnen gebruiken voor instrumenten van motogadget, moet de ene kabel met massa/min worden verbonden en de andere met de ingang van de snelheidsmeter.

Achteraf of extra aangebrachte snelheidssensoren

Bij oudere voertuigen wordt de snelheidsmeter nog mechanisch aangedreven met een as. In dat geval of als een aanwezige originele snelheidssensor niet compatibel is, moet de sensor uit de leveringsomvang van het instrument van motogadget worden gebruikt (een reed-contact met een magneet). De sensor kan op de voorvork (de magneet dan op het voorwiel), de achterbrug of de remklauwhouder (de magneet dan op het achterwiel/kettingblad) worden aangebracht. Het mechanisch gunstigste punt is afhankelijk van het voertuig. Eventueel moet een kleine houderplaat voor de sensor in de juiste stand worden gebogen en bevestigd. De bevestiging moet voldoende stabiel zijn. De magneten kunnen op de wielnaaf, de remschijfdrager, het kettingblad e.d. worden aangebracht met 2-componentenlijm. Hoe dichter de magneet zich bij de wielas bevindt, des te minder middelpuntvliedende kracht erop wordt uitgeoefend. Natuurlijk moet deze exact worden uitgelijnd met de punt van de sensor en de afstand tussen de magneet en de sensor mag niet meer dan 4 mm bedragen.

De toerenteller

Voor meting en weergave van het toerental wordt meestal de ontstekingsimpuls gebruikt. Deze moet compatibel zijn met het instrument. In principe worden twee soorten ontstekingssignalen of ontstekingen onderscheiden: 

Ontstekingen met een negatieve ingangsimpuls

Daartoe behoren ontstekingen met mechanische ontstekingscontacten (klassiekers, oldtimers), elektronische analoge ontstekingen en elektronische digitale ontstekingen. De laatste twee worden ook wel transistorontstekingen/accu-ontstekingen genoemd. Bij alle elektronische motorregelingen (ECU) met gecombineerde injectie/ontsteking is eveneens sprake van transistorontstekingen. Instrumenten van motogadget kunnen bij dit type ontsteking direct op het primaire circuit van de ontstekingsspoel (klem 1, minpool) worden aangesloten. Als het voertuig origineel over een elektronische toerenteller beschikt of de ontsteking/motorregeling een eigen uitgang voor de toerenteller heeft, kunnen ook deze worden gebruikt voor de aansluiting. Er geldt een uitzondering voor voertuigen waarbij de ontstekingsspoelen in de bougiestekkers zijn geïntegreerd en gelijktijdig de originele instrumenten via de CAN-bus worden aangestuurd. Hier zou aftappen van het ontstekingssignaal tot problemen kunnen leiden.

Pick-up

Pick-up

Ontstekingen met een positieve ingangsimpuls

Tot dit type behoort uitsluitend de condensatorontsteking. Deze ontstekingen worden ook wel CDI (Capacitor Discharge Ignition) of hoogspanningsontsteking genoemd. Voor de werking van deze 'zelf opgewekte' ontsteking is bijv. geen accu meer nodig en deze wordt vaak toegepast in enduro's, eencilinders en motoren met een kleine cilinderinhoud. Als dit het aanwezige ontstekingstype is, moet de pick-up worden gebruikt. 

Let op: Japanse motorfabrikanten duiden de onder a) beschreven elektronische ontstekingen van wegmotoren gedeeltelijk ook aan met de afkorting 'CDI'. Dit leidt vaak tot misverstanden! 


Ontstekingsspoelen

Transistorontsteking (links), condensatorontsteking (rechts)

Onderscheid tussen ontstekingstypen

In grote lijnen geldt dat wegmotoren met meerdere cilinders in de meeste gevallen zijn voorzien van een transistorontsteking, terwijl eencilinders (ook met een grote cilinderinhoud) en kleinere motoren vaak een condensatorontsteking (CDI) hebben. Dat is relatief goed vast te stellen bij de aansluiting van de ontstekingsspoel(en). Bij de transistorontsteking is een pool van de ontstekingsspoel verbonden met de geschakelde plus van het boordnet en de andere pool met de ontstekingseenheid (minpool). Bij de condensatorontsteking is een pool direct met massa/min verbonden en de andere pool met de ontstekingseenheid (pluspool).

De menuknop

De instrumenten van motogadget zijn universeel in te zetten en moeten daarom op het voertuig worden gekalibreerd en ingesteld. Op het display kunnen ook verschillende meetwaarden worden weergegeven of gereset. Dit gebeurt met een kleine knop die bij het motogadget-instrument wordt geleverd. Wie geen extra knop wil aanbrengen, kan bijv. een aanwezige knop voor een kort lichtsignaal gebruiken, zolang deze een minschakeling heeft (spanningvrij is).

a = Bobine
b = Ontsteking/ECU
c = Contactslot
d = Accu


Aansluitschema

Aansluitschema

Schakelschema van de elektrische aansluiting: voorbeeld motoscope mini 

a = Instrument
b = Zekering
c = Contactslot
d = +12 V
e = Drukknop
f = Reed-contact
g = Van ontsteking/ECU
h = Bobine


Ingebruikname

Ingebruikname

Wanneer de sensor(en) en het instrument stabiel zijn bevestigd en alle aansluitingen correct zijn verbonden, kan de accu weer worden aangesloten en het instrument in gebruik worden genomen. Op dit punt worden de voertuigspecifieke waarden in de configuratie ingevoerd en wordt de snelheidsmeter gekalibreerd. Gedetailleerde informatie hierover vind je in de bedieningshandleiding bij het betreffende instrument.


Het Louis Technisch Centrum

Als je een technische vraag over je motor hebt, neem dan contact op met ons Technisch Centrum. Daar heeft men oneindig veel ervaring, naslagwerken en adressen.

Let op!

Deze tips voor hobbymonteurs vormen algemene handelwijzen die niet van toepassing kunnen zijn op alle voertuigen of alle afzonderlijke onderdelen. Omdat de concrete situatie bij jou ter plaatse sterk kan afwijken, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de toepasselijkheid van de informatie in deze tips voor hobbymonteurs.

Bedankt voor je begrip.